Kleur van de tanden en de kiezen
Om iets te begrijpen van de kleur van tanden en kiezen, is het van belang dat men begrijpt waaruit tanden en kiezen nu precies zijn opgebouwd. Een kindergebit bestaat uit 20 tanden en kiezen, ook wel het melkgebit genoemd. Deze tanden en kiezen maken geleidelijk aan plaats voor de vaste tanden en kiezen. Tegen het twaalfde levensjaar is het melkgebit volledig vervangen door het zogenaamde vaste gebit. Het vaste gebit bestaat uit 32 tanden en kiezen: vier snijtanden, vier hoektanden, acht premolaren en twaalf molaren. Bij niet iedereen komt de derde molaar, de derde kies door. De derde molaar is de verstandskies.
Tanden en kiezen zijn opgebouwd uit tandbeen en tandglazuur. De harde, botachtige kern van een tand of kies bestaat uit tandbeen. Het tandglazuur is het materiaal dat de kroon van de tand bedenkt, een extreem hard maar broos materiaal. Glazuur is zo goed als doorzichtig.
Met name de kleur en dikte van het tandbeen bepaalt welke kleur de tanden en kiezen hebben. De tanden en kiezen hebben van nature al diverse kleuren. Wanneer je een kroon in je gebit laat plaatsen die slechts één kleur heeft, zal dit direct opvallen. Dit geeft een erg onnatuurlijk beeld. Normaliter is een tand in het middengedeelte het witst, de rand die langst het tandvlees loopt is wat donkerder, en de snijrand van de tand lijkt wat blauwachtig omdat daar enkel glazuur aanwezig is.
De kleur van het tandbeen is erfelijk bepaald. Vaak zie je bijvoorbeeld dat mensen met wat roder haar wat gelere tanden hebben van zichzelf. Daarnaast zijn bij vrijwel iedereen de hoektanden wat geler, omdat de laag tandbeen daar dikker is dan op andere plaatsen.